Het wedstrijdseizoen draait op volle toeren. Mijn deelname aan de Port of Antwerp triathlon kan absoluut opnieuw een succes genoemd worden, maar toch ben ik ondertussen de euforie wat voorbij en begin ik vooral werkpunten te zien.

De Port of Antwerp triathlon noemde zichzelf op voorhand de mooiste stadstriathlon ter wereld en ze kunnen wel eens gelijk hebben. Zwemmen in de dokken langs het MAS, fietsen langs het prachtige havenhuis om vervolgens tijdens het lopen opnieuw in de schaduw van het MAS te passeren.

Op het programma rond het eilandje van Antwerpen stond een kwart triathlon en dus 1000m zwemmen, 40km fietsen en 10km lopen.

Ik mocht starten in de eerste wave wat wilde zeggen dat we ongeveer met een 100 deelnemers tegelijk van start gingen. Ik probeerde me niet helemaal in het gedrum te mengen door een fractie van een seconde te wachten met met af te duwen van het ponton na het startschot, maar toch snel genoeg te vertrekken om hopelijk snelle voeten te pakken te krijgen. Het gedrum viel mee al voelde ik uiteraard weer heel wat handen, ellebogen en voeten passeren, maar helaas kwam ik niet 100% in het gehoopte ritme terecht. Na het keerpunt had ik het ook moeilijk met het vinden van de juiste lijn waardoor ik ongetwijfeld wat meters te veel maakte. Na net geen 17′ kroop ik als 79e uit het water (officiële tijd: 17’05). Een tijd waar ik achteraf wat teleurgesteld over was, maar misschien verwacht ik al net iets te veel van het zwemmen.

Na een behoorlijke lange verplaatsing richting wisselzone kroop ik relatief vlot op mijn fiets. Relatief vlot, want ondanks dat het wisselen redelijk volgens plan verliep verlies ik toch nog makkelijk 30″ op de toppers tijdens T1. Dertig dure seconden als je achteraf ziet dat je samen met één van de snelste fietsers uit het water bent gekomen maar deze atleet dus nooit meer hebt gezien. Nog meer frustrerend wordt het als je in de plaats hiervan in een matige fietsgroep terecht komt waar het niveauverschil tussen de verschillende atleten op de fiets iets te groot was om goed te zijn. Iedereen leek wel zijn best te doen op zijn fiets, maar een snelheidsverschil van gemakkelijk 2 a 3km/u afhankelijk van welke atleet op kop reed is gewoon nefast voor de gemiddelde snelheid. Resultaat 40.5km in iets meer dan een uur, een gemiddelde snelheid van exact 40km/u en de 43ste fietstijd.

Ondanks het feit dat ik wanneer ik kopwerk leverde tijdens het fietsen echt alles gaf kon ik toch met relatief frisse benen aan het lopen beginnen.
Ik kwam ondanks het parcours dat voor 90% over kasseien liep eigenlijk direct in mijn ritme terecht en kon dit perfect (met zelfs nog een laatste snellere kilometer) aanhouden tot aan de finish. Resultaat, met 33’47” de 7de looptijd op een parcours dat wel zeker geen 10km was (eerder 9,3km) en in de totaaluitslag een niet onaardige 21ste plaats in 1u56’15”!

Het eerste gevoel was er echt wel één van grote tevredenheid, want ook mijn 2de individuele triathlon van mijn eerste triatlonseizoen was een succes.
Iets later kwam het overambitieuze competitiebeest in mij naar boven en was ik toch wat gefrustreerd over mijn voorlopig nog matige zwemniveau.
Een 21ste plaats is leuk, maar eigenlijk wil ik gewoon meedoen voor de top 10 en meer…

De opdracht is dus duidelijk, zwemmen zwemmen en nog eens zwemmen!
1’40” per 100m is geen slecht tempo als je ziet waar ik vandaan kom een dik halfjaar geleden, maar wil ik meedoen voor de prijzen moet ik dat tempo zo snel mogelijk onder de 1’30” weten te brengen.
Een ongetwijfeld moeilijke stap, maar ik ga er in ieder geval voor.
Ik heb absoluut het gevoel dat ik binnen deze sport wel iets kan bereiken en dat maakt me ongelofelijk gemotiveerd om keihard te trainen.

Op naar het zwembad dus, en ook wel op naar Oudenaarde en vooral Praag!

Mijn “road to Praag” statistieken:

  • Zwemmen: 185km gezwommen
  • Fietsen: 5534.3km gefietst
  • Lopen: 822.4km gelopen
  • Nog 31 dagen tot Challenge Praag
Category
Tags
No Tag

No responses yet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *